Tinkerbel en het lieveheersbeestje

Tinkerbel en het lieveheersbeestje

Vandaag trakteer ik jullie op een sprookje. Het sprookje gaat over mededogen, vriendelijkheid en Kracht.

Ze was gewoon ‘Tinkerbel
Tinkerbel kreeg les op de Elfenschool, samen met de andere elfjes. Ze was weg bij Peter Pan en ze voelde zich alleen. Tinkerbel deed haar best om bij haar nieuwe vriendinnetjes te passen, maar niemand dacht zoals zij. Ze kroop in haar schulp. De lessen op de Elfenschool moesten haar leren hoe je als elfje ‘in je Kracht’ kon staan. Tinkerbel had geen idee hoe dat moest. Ze was gewoon Tinkerbel en daar was ze blij mee. Maar ze was wel heel verdrietig dat ze niet bij Peter Pan had kunnen blijven en nu geen thuis meer had.

Zo mooi als een kunstenaar
Op de eerste schooldag was er een lieve meester, die haar vertelde dat ze zelf mocht voelen wat ze voelde. Tinkerbel besloot een mooie tekening te maken en haar nieuwe vriendinnetjes zeiden dat ze zo mooi tekende, ze leek wel een kunstenaar! Tinkerbel was zich na deze dag wat beter gaan voelen.

In een hoekje wegkruipen
Op de tweede dag was er een andere meester. Deze meester deed haar denken aan Kapitein Haak, en Tinkerbel had geen goede ervaringen met de Kapitein. Tinkerbel voelde zich niet op haar gemak en opnieuw miste ze Peter Pan. Ze vond het moeilijk dat de nieuwe vriendinnetjes zoveel roddelden. Tinkerbel was bang dat ze ook over haar zouden gaan roddelen. Ze wilde het liefste in een hoekje wegkruipen, maar deze meester zei dat dat niet mocht. 

Lieveheersbeestje
Toen de elfjes naar buiten gingen, deed de meester wat oefeningen voor. Eén van de andere elfjes riep: “Kijk, Tinkerbel, er zit een lieveheersbeestje op je jas!” Er ging een schokje van vreugde door Tinkerbel heen. Een lieveheersbeestje staat symbool voor een leven zonder geweld! Eerbiedig boog Tinkerbel haar hoofd om het lieveheersbeestje te bekijken. Het lieveheersbeestje had háár jas uitgekozen om op uit te rusten!

Ferme klap
De vreugde van Tinkerbel was van korte duur. Meester ‘Kapitein Haak’ stormde op haar af en zwaaide met een ferme klap het lieveheersbeestje van haar jas. Tinkerbel had deze plotselinge klap niet verwacht. Het beestje vloog weg en Tinkerbel miste haar nieuwe vriendje nu al. De tranen sprongen in haar ogen. Zachtjes zei ze dat ze liever had gehad dat het beestje op haar jas had mogen blijven zitten, maar de meester luisterde niet.

Moed verzamelen
Tinkerbel verzamelde al haar moed. “Meester, ik vond het niet fijn dat u dat deed! Ik was zo blij dat het lieveheersbeestje bij mij was komen zitten.” De meester reageerde boos. “Tinkerbel, loop toch niet zo te zeuren!” Hij stampte weg. De vriendinnetjes keerden zich ook om en liepen achter de meester aan. Een vriendinnetje riep achterom: “Ach Tinkerbel, wat loop je altijd te zeuren!” Tinkerbel voelde de tranen in haar ogen prikken en ze rende weg. Ze wilde niets meer met haar vriendinnetjes te maken hebben.

Meester, kan ik mijn spulletjes terugkrijgen?
Tinkerbel ging op een grasveldje zitten en droogde haar tranen en haar bezwete vleugeltjes. Ze bedacht dat ze haar spulletjes graag terug wilde hebben. Deze lagen nog in het klaslokaal. De meester kwam boos de hoek om, en Tinkerbel verzamelde haar moed. “Meester, kan ik mijn spullen terugkrijgen?” Maar de meester snauwde alleen maar naar haar dat zij geen goed elfje was geweest.

Naar huis gestuurd
Opnieuw verzamelde Tinkerbel al haar moed tegenover de boze meester. “U wilt dat wij hier op de Elfenschool ‘in onze Kracht’ komen. Ik begrijp daar niet veel van. Maar als ik aangeef dat ik iets niet prettig vind, dan stampt u boos weg.” Na dit gesprek wilde de meester niets meer met Tinkerbel te maken hebben. Tinkerbel mocht niet meer meedoen met de andere elfjes en werd naar huis gestuurd.

Ontroostbaar
Ontroostbaar vertrok Tinkerbel van de Elfenschool. Zij wist niet waar ze heen moest. Een waas van tranen bedekte haar ogen. Haar lichaam deed pijn en haar vleugeltjes hingen strak langs haar lichaam. Ze voelde zich moe en verslagen en hoopte dat ze toch nog mocht terugkomen op de Elfenschool. Tinkerbel kreeg echter geen steun. “De meester heeft niks verkeerd gedaan” vond iedereen. Tinkerbel zakte in een diepe put, omdat zij niet begrepen werd. Ze miste Peter Pan en was haar thuis verloren, nu was zij misschien ook de Elfenschool kwijt. Verdrietig vloog zij heen en weer in een gebied dat zij niet kende. Uitgeput zocht zij een slaapplekje in het donkere bos.

Nieuwe vrienden
Toen Tinkerbel een grote eikenboom had gevonden, liet ze zich verdrietig op het vochtige mos zakken. De duisternis viel in, en Tinkerbel was een beetje bang. Opeens zag zij twee glanzende oogjes die naar haar staarden. “Wie ben jij?” vroegen de oogjes. Tinkerbel vertelde dat zij het elfje Tinkerbel was, en dat zij nieuw was in het bos. “Welkom Tinkerbel!” zeiden de oogjes. “Het lijkt alsof wij elkaar allemaal al heel lang kennen, maar dat valt reuze mee. Je bent van harte welkom hier!” De oogjes hadden Tinkerbel een beetje gerustgesteld.

Zoete besjes als ontbijt
Na een onrustige nacht werd Tinkerbel wakker van de eerste zonnestralen. “Wil je een ontbijtje?” vroegen de vogeltjes. Ze gooiden wat zoete besjes naar Tinkerbel. Een wasbeertje bood aan om Tinkerbel het bos te laten zien. Tinkerbel voelde zich van binnen nog verdrietig, maar haar nieuwe vrienden waren zo aardig tegen haar dat ze haar verdriet al snel vergat.

Huisje in het bos
Na het ontbijt vroeg het wasbeertje waar ze woonde. “Vroeger woonde ik bij Peter Pan, maar ik kon daar niet langer blijven, dus ik ben op zoek naar een nieuw thuis.” De vos wist dat er een huisje in het bos leegstond. “Wil jij daar wonen Tinkerbel, vlakbij ons?” Tinkerbel voelde zich op haar gemak bij de vriendelijke bosbewoners, en zij pakte haar kleine rugzakje uit.

Twee vrouwmensen
De dagen, weken en maanden verstreken, terwijl Tinkerbel met de dieren in het bos leefde. Ze had niets meer van de Elfenschool gehoord. Op een dag kwamen er een paar zwarte spreeuwen aangevlogen. “Er staan twee vrouwmensen bij de ingang van het bos!” kwetterden zij. “Ze zeggen dat ze voor Tinkerbel komen.” Tinkerbel deed behoedzaam de deur van haar huisje open. De vrouwmensen gaven Tinkerbel een briefje. Tinkerbel zou nóóit meer naar de Elfenschool mogen, want ze was geen goed elfje geweest.

Een goed elfje
Tinkerbel schrok erg van het briefje. Met zachte stem vertelde ze aan haar nieuwe vrienden wat de vrouwmensen tegen haar hadden gezegd. Haar vrienden stonden één voor één op. “Oke, dan gaan we hier zélf een school oprichten!” zei de vos. “En daar mag jij dan naartoe!” zei het hertje. “Wij zullen jou dan een papier geven waarop staat dat je een goed elfje bent.” vulde de eekhoorn aan. De zon scheen door de bomen en de geuren van de lente kleurden het bos.

Kracht
Tinkerbel droogde haar tranen en ging bosaardbeitjes plukken voor haar vrienden. Er scheen een straaltje zon door het bladerdak van de bomen. Een lieveheersbeestje landde op haar arm. Tinkerbel was dankbaar voor haar nieuwe leven in het bos. De rust, de natuur en de vriendelijkheid van de dieren hadden haar Kracht gegeven.

*EINDE*

© Tekst sprookje: Praktijk Tinkerbel, 2026
© Stockfoto: Andreapetrlik | Dreamstime.com

Heb ook jij iets te verwerken? Ik help je graag om een sprookje te schrijven. Jij bent de prins of prinses in je eigen leven!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *.

*
*
You may use these <abbr title="HyperText Markup Language">HTML</abbr> tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>